You are hereBlogs / Jos De Meyer's blog / Overbevolking opleiding diergeneeskunde hoog op agenda

Overbevolking opleiding diergeneeskunde hoog op agenda


By Jos De Meyer - Posted on 23 May 2017

kuiken - foto Vilt.jpg

Uit antwoorden van minister Hilde Crevits op vragen van de Vlaamse parlementsleden Jos De Meyer (CD&V), Koen Daniëls (N-VA) en Ann Brusseel (Open Vld) blijkt dat de opleidingen diergeneeskunde geconfronteerd worden met atypische problemen wat de in- en uitstroom van studenten betreft.

Een (te) groot aantal studenten, onder wie veel Nederlanders, start in de bachelor. De uitval is hoog, en wie afstudeert komt op een oververzadigde arbeidsmarkt terecht. Op initiatief van De Meyer leggen parlementsleden uit de meerderheid een resolutie voor aan het Vlaams Parlement, waarmee ze het probleem aankaarten en de regering om specifieke maatregelen vragen.
De bezorgdheid groeit dat de kwaliteit van de opleiding diergeneeskunde in Vlaanderen in het gedrang komt door de grote toestroom aan studenten. De universiteiten van Antwerpen en Gent trekken niet alleen Vlaamse studenten aan maar ook een groot aantal studenten met de Nederlandse nationaliteit. In de bacheloropleiding aan Universiteit Antwerpen maakten zij de voorbije academiejaren ongeveer de helft van de studenten uit. Aan de UGent schommelt hun aandeel tussen 18 en 28 procent, en rond een kwart van alle inschrijvingen in de masteropleiding.
Alleen de Universiteit Utrecht biedt in Nederland de opleiding Diergeneeskunde aan en voor het academiejaar 2017-2018 mogen zich maximaal 225 studenten inschrijven. Een tweede mogelijke verklaring voor de interesse van onze Noorderburen is het verschil in studiefinanciering. Studeren in Vlaanderen is duidelijk goedkoper. Diergeneeskunde is evenwel een dure opleiding om te organiseren zodat de universiteiten met uitdagingen worden geconfronteerd. De problemen zijn van die aard dat politici uit de drie meerderheidspartijen de aandacht van de Vlaamse regering er op willen vestigen.
Initiatiefnemer Jos De Meyer (CD&V) schreef samen met Koen Daniëls (N-VA), Ann Brusseel (Open Vld) en drie andere parlementsleden uit de meerderheid een resolutie om een al langer aanslepend euvel hoog op de regeringsagenda te plaatsen. Het probleem is niet alleen de grote instroom, deels vanuit Nederland, maar ook de lage slaagkansen voor wie de opleiding start en de slechte vooruitzichten op de arbeidsmarkt. Minder dan de helft van de startende studenten behaalt ook effectief het (master)diploma. In de bacheloropleiding is de drop-out na één jaar relatief lag, maar loopt het na drie jaar op tot 50 procent van de ingeschreven studenten. Ook het studierendement van generatiestudenten ligt beduidend lager dan in enigszins vergelijkbare opleidingen.
Een aantal maatregelen die daaraan kunnen tegemoetkomen, zijn recent ingevoerd of in volle ontwikkeling. In de resolutie wordt verwezen naar het ‘Damesakkoord’ tussen Vlaanderen en Nederland over het effect in Vlaanderen van instroombeperkingen voor bepaalde opleidingen in Nederland. Het plan is al langer opgevat om in het hoger onderwijs niet-bindende toelatingsproeven in te voeren. Na het middelbaar moet de Columbus-oriënteringsproef jongeren reeds toelaten om een goede keuze te maken. Studenten in spe moeten ook beter zicht krijgen op de perspectieven op de arbeidsmarkt. Vandaag is het zo dat afgestudeerden die het beroep van dierenarts effectief willen uitoefenen vaak moeten uitwijken naar het buitenland, meestal naar Frankrijk. Het hoge aantal afstuderende dierenartsen zet in eigen regio druk op de arbeidsmarkt waardoor ook andere problemen de kop opsteken, zoals onderlinge concurrentie, schijnzelfstandigheid en een moeilijke prijszetting.
Voor de opleiding diergeneeskunde is er naar verluidt nood aan een meer specifieke aanpak. Daarom vragen de Vlaamse parlementsleden Jos De Meyer, Koen Daniëls en An Brusseel de Vlaamse regering om de problematiek in kaart te brengen, verschillende financieringsscenario’s voor de opleiding onder de loep te nemen en te kijken naar mogelijke maatregelen voor de grote instroom en uitval van studenten. Ze willen ook dat de al voorziene verplichte maar niet-bindende toelatingsproeven prioritair worden ingezet voor de opleidingen diergeneeskunde.
Van een vergelijkend toelatingsexamen naar Waals voorbeeld of het fors optrekken van het studiegeld spreken ze niet. Integendeel, ze willen “voorbarige en ongewenste maatregelen” net vermijden maar tegelijk de aanpak van het probleem niet langer uitstellen. De resultaten van de niet-bindende toelatingsproeven en het gevraagde onderzoek moeten de uitgangspunten vormen voor verdere beleidskeuzes. Belangrijk daarbij is het evenwicht tussen democratisering, toegankelijkheid en internationalisering van onderwijs enerzijds en anderzijds de betaalbaarheid voor de student, diens slaagkansen én tewerkstellingsmogelijkheden binnen het studiegebied diergeneeskunde. Ook de financiering van de opleiding en de kwaliteitszorg blijven cruciaal.
De resolutie die eind mei geagendeerd staat in de commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement is een antwoord op de bekommernissen die al meermaals vanuit het werkveld zijn gesignaleerd. In een gezamenlijke nota van de dierenartsenverenigingen en de universiteiten van Gent en Antwerpen uit 2014 werd gepleit voor het beperken van de instroom aan studenten. Op enkele Zuid-Europese landen na is België het enige land waar zo’n beperking nog niet bestaat voor eerstejaarsstudenten diergeneeskunde. Ook is het inschrijvingsgeld zeer laag in vergelijking met andere landen.
Professor Sarne De Vliegher van de faculteit Diergeneeskunde aan de UGent schreef vorig jaar in een vrije tribune dat hij geen voorstander is van een traditioneel toelatingsexamen omdat het geen rekening houdt met de aanleg van iemand om het later als praktijkdierenarts te maken, én vol te houden. Hij stelde voor om in overleg te bepalen hoeveel dierenartsen nodig zijn op de arbeidsmarkt. De selectie kan volgens De Vliegher gebeuren op basis van academische en andere (aanleg, motivatie, …) competenties. (Vilt)