Beoordeling bezwaarschriften duurzaamheidsovereenkomsten zal met gezond verstand gebeuren

Bij de beoordeling van eventuele bewaarschriften naar aanleiding van de definitieve evaluatie van de samenwerkingsovereenkomst ‘Milieu als opstap voor duurzame ontwikkeling’ voor het jaar 2009, zal minister voor leefmilieu Joke Schauvliege het gezond verstand laten primeren. Zij verzekerde, op vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer, dat er zorgvuldig afgewogen zal worden of een eventuele sanctie wel evenredig is met de begane overtreding.

Bijna een kwart van de gemeenten (61 van de 273) werden dit jaar afgekeurd voor de rubriek ‘Energieprestatie en binnenklimaat’ (EPB) op basisniveau. Voor vele gemeenten betreft het de enige afkeuring, maar hierdoor zou de hele vergoeding op basisniveau niet worden toegekend. De basissubsidie maakt echter het grootste deel uit van de subsidies die gemeenten in het kader van de samenwerkingsovereenkomsten ontvangen.

Voor gemeenten die om goede redenen niet aan gevraagde verplichtingen konden voldoen of duidelijke inspanningen leverden om aan de verplichtingen te voldoen, zal een gepaste beslissing worden genomen afhankelijk van het voorgelegde dossier, aldus de minister.
__________
Commissievergadering nr. C93 – LEE15 (24 2010-2011) – 11 januari 2011

Vraag om uitleg van de heer Jos De Meyer tot mevrouw Joke Schauvliege, Vlaams
minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, over de evaluatie van de
samenwerkingsovereenkomst 2009 ‘Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling’
– 812 (2010-2011)

De voorzitter: De heer De Meyer heeft het woord.
De heer Jos De Meyer: Voorzitter, minister, collega’s, begin december 2010 ontvingen
steden en gemeenten de definitieve evaluatie van de samenwerkingsovereenkomst ‘Milieu als
opstap voor duurzame ontwikkeling’ voor het jaar 2009.

Bijna een kwart van de gemeenten, 61 van de 273, werden afgekeurd voor de rubriek
‘Energieprestatie en binnenklimaat’ (EPB) op basisniveau. Voor vele gemeenten betreft het
de enige afkeuring, waardoor de hele vergoeding op basisniveau niet zou worden toegekend.
De basissubsidie is echter het grootste deel van de subsidies die gemeenten in het kader van de samenwerkingsovereenkomsten ontvangen.
Het Vlaams Energieagentschap (VEA) legt op dat de EPB-nummers van de
bouwvergunningen en -meldingen maandelijks doorgestuurd dienen te worden naar het VEA.
Deze maatregel werd ingevoerd in 2006 en werd in 2008 geïntegreerd in de nieuwe
contracttekst van de samenwerkingsovereenkomst. In de rapportering van 2008 werd slechts een handvol gemeenten afgekeurd, dit omdat ze helemaal geen gegevens hadden
doorgestuurd.
Voor de rapportering van 2009 werden echter plots strengere criteria toegepast. Concreet werden de besturen die de gegevens minder dan vijfmaal hadden doorgestuurd, plots afgekeurd en dit zonder dat hier vooraf over werd gecommuniceerd. Pas in het najaar van 2010 – toen het dossier voor 2009 al lang was overgemaakt – werd hierover een schrijven gericht naar de diensten ruimtelijke ordening van de Vlaamse gemeentebesturen. Gemeenten die sinds 2006 in een vast, regelmatig tempo, bijvoorbeeld eenmaal per kwartaal, alle gegevens correct doorsturen, worden dus plots heel zwaar gestraft. Het subsidieverlies kan tot meer dan 130.000 euro oplopen.
Op basis van – excuseer dat ik het zo moet zeggen – vormelijkheden en zonder het tijdig verstrekken van informatie, op dergelijke wijze verregaand ingrijpen, lijkt toch in te gaan tegen het rechtvaardigheidsgevoel en tegen de geest en bedoeling van de samenwerkingsovereenkomsten.
Vandaar, minister, de volgende vragen. Hebt u weet van deze problematiek? Vanwaar de
plotse wijziging in de manier waarop de criteria werden toegepast? Werden de betrokken
gemeentebesturen volgens u tijdig geïnformeerd over deze wijziging? Vindt u het billijk dat partners die op regelmatige basis hun gegevens doorsturen, even streng worden gestraft als degenen die niets doorsturen? Zult u in het licht van de eventuele beroepsprocedures bij de beoordeling rekening houden met deze elementen?
De voorzitter: De heer Callens heeft het woord.
De heer Karlos Callens: Voorzitter, minister, ik wil me aansluiten bij de vraag. We hebben dit ernstig besproken met een aantal burgemeesters en onze reactie is om in de toekomst de overeenkomsten gewoon naast ons neer te leggen. Dat is heel gevaarlijk met het oog op het bereiken van de doelstelling van de overeenkomsten die indertijd werd vastgelegd. Als de burgemeesters de overeenkomsten negeren, hebben ze er natuurlijk geen subsidies of inkomsten meer van, maar dan zullen ze ook het bermmaaisel niet meer oprapen noch andere milieu-inspanningen leveren. We moeten toch heel voorzichtig zijn.
Minister, wegens het probleem van de beperkte budgetten, is het misschien interessant om net zoals vroeger een aantal zaken bij de gemeenten goed te keuren, eventueel op basis van minder strenge regels, en om de totale subsidie per gemeente te verminderen zodat er toch meer gemeenten van kunnen gebruikmaken. Op die manier zullen de gemeenten toch inspanningen leveren om te proberen om de milieuovereenkomsten goed te keuren.
Mevrouw Marleen Van den Eynde: Minister, we hebben het voorbije jaar ook een discussie
gevoerd over de milieusamenwerkingsovereenkomsten en ook nu blijken ze tot zware
discussies te hebben geleid bij veel gemeenten. De gemeenten hebben immers veel
inspanningen geleverd. Ik blijf erbij dat de milieusamenwerkingsovereenkomst een goed
instrument is om gemeenten ertoe aan te zetten om inspanningen te doen voor ons leefmilieu.
Als er natuurlijk zulke zware subsidies aan worden gekoppeld die ook jarenlang werden
toegekend, maar er opeens strengere criteria worden gehanteerd, dan geraken de
gemeentebesturen gedemotiveerd. Ik meen ook dat er een slechte communicatie bestaat over de manier waarop de milieusamenwerkingsovereenkomst wordt beoordeeld of gedelibereerd.
Blijkbaar wordt er tussentijds onvoldoende van gedachten gewisseld met de
gemeentebesturen over wat de concrete verplichtingen zijn, wat er op het spel staat en hoe een aantal regels die opgenomen zijn in de milieusamenwerkingsovereenkomst, moeten worden geïnterpreteerd.
Minister, ik vrees ook een beetje dat als we dezelfde weg blijven volgen als het voorbije jaar,veel gemeentebesturen hun inspanningen om een aantal doelen te bereiken inzake leefmilieu,zullen afbouwen. We moeten de milieusamenwerkingsovereenkomst echt gebruiken om meer te bereiken in plaats van minder.
Ik denk dat we daar stilaan naartoe gaan. Ik heb tijdens het voorbije jaar het gevecht gezien van mijn eigen gemeente die haar subsidies in grote mate zag verminderen. Dat kan niet de bedoeling zijn. We moeten de gemeentebesturen ertoe aanzetten om meer te presteren.
Daarvoor is een goede samenwerking nodig. Er is ook een betere communicatie nodig met de gemeentebesturen. Er moet niet te veel vanuit de ivoren toren maar meer via contactpersonen worden gecommuniceerd. De voorbije jaren zagen heel wat gemeentebesturen hun subsidies verloren gaan. Ik wil dan ook vragen om die milieusamenwerkingsovereenkomst opnieuw te bekijken en na te gaan waar de discommunicatie zit. Het is de bedoeling te voorkomen dat de
gemeentebesturen afhaken.
De voorzitter: Minister Schauvliege heeft het woord.
Minister Joke Schauvliege: Mijnheer De Meyer, er is geen wijziging van de voorwaarden,
en ook geen gebrek aan communicatie.
Artikel 1 van het ministerieel besluit van 20 oktober 2006 betreffende het vaststellen van minimale voorwaarden bij de opname van gegevens in de energieprestatiedatabank verplicht de vergunningverlenende overheden tot het elektronisch doorzenden van een overzicht van de gegevens van stedenbouwkundige vergunningen. Het ministerieel besluit bepaalt dat dit maandelijks moet gebeuren. Het doorzenden van de vergunningsgegevens is voor het Vlaams Energieagentschap (VEA) essentieel om de energieprestatieregelgeving (EPB) te handhaven.
In de energieprestatiedatabank voegt de verslaggever aan het dossier met de vergunning, de startverklaring en de EPB-aangifte toe. Het VEA volgt op of dit voor elk vergunningsdossier wel gebeurt en onderneemt, indien nodig, actie. Wie niet voldoet, kan bestraft worden.
Het VEA stelde de gemeenten in 2006 op de hoogte van de verplichting tot maandelijks
doorsturen van de vergunningen. Dit gebeurde zowel elektronisch via nieuwsbrief en mail als via de gewone post.
In 2007 volgde een schrijven aan het college van burgemeester en schepenen en aan de
stedenbouwkundige ambtenaar van de gemeenten die nog geen vergunningen doorstuurden.
Daarnaast werden de gemeenten die geen elektronische gegevens verzonden, ook individueel gecontacteerd met de vraag om dit proces op te starten. Aangezien deze gegevens voor het VEA noodzakelijk zijn voor de handhaving van de energieprestatieregelgeving, werd de verplichting tot verzenden van de vergunningsgegevens ingeschreven in de contracttekst van de samenwerkingsovereenkomst sinds 2008. Gezien het een nieuwe verplichting betrof, was het VEA bij de beoordeling over 2008 soepel. Voor 2009 werd de evaluatie aangescherpt.
Het VEA hanteerde voor 2009 minimaal zes verzendingen als beoordelingscriterium. Ook dit
is nog ruim onder de verplichting die door het ministerieel besluit werd opgelegd.
Wanneer het VEA het criterium van maandelijkse verzending strikt zou hanteren, zouden nog veel meer gemeenten afgekeurd worden. Bovendien hanteerde het VEA een zekere
soepelheid wanneer duidelijk was dat er beterschap was. Zo werd voor gemeenten die slechts vijfmaal doorstuurden, bekeken of het aantal vergunningen voldoende was en of er in 2010 een meer regelmatige verzending gebeurde. Deze soepelheid is volgens het VEA echter niet onbeperkt rekbaar. Onder een bepaalde grens kan er niet meer gesproken worden van een regelmatige verzending.
Het VEA communiceert sinds 2006 op regelmatige tijdstippen over deze verplichting aan de gemeente. De contracttekst van de samenwerkingsovereenkomst bevat de verplichting sinds 2008. De gemeenten moeten zich baseren op de contracttekst voor het opstellen van hun milieujaarprogramma. In de tekst van de samenwerkingsovereenkomst staat duidelijk dat dit maandelijks moet gebeuren. Om de energieprestatieregelgeving op een efficiënte manier te kunnen handhaven door dossiers correct te koppelen, is het voor het VEA nodig dat de vergunningsgegevens regelmatig worden doorgestuurd. Wanneer de doorzending niet gemiddeld tweemaandelijks gebeurt, kan volgens het VEA niet worden gesproken van een regelmatige basis.
Ik kan moeilijk vooruitlopen op de beslissing over de bezwaarschriften die ingediend werden.
Algemeen kan ik wel stellen dat ik bij de beoordeling van de beroepen het gezond verstand wil laten primeren. Zo moet er afgewogen worden of de sanctie evenredig is met de overtreding.
Een ander element dat speelt, is of er externe omstandigheden zijn waardoor een gemeente niet of moeilijk aan haar verplichtingen kon voldoen, of een gemeente zich ingespannen heeft om zich in regel te stellen, en of de Vlaamse overheid zelf voldoende inspanningen geleverd heeft om aan haar verplichtingen in het kader van de samenwerkingsovereenkomst te voldoen. Ik zal die criteria hanteren om de bezwaarschriften te beoordelen.
Men kan niet zeggen dat er niet gecommuniceerd is. We kunnen wel nagaan wat er nog meer kan gebeuren. Wanneer ik echter via het VEA de gegevens opvraag, dan stel ik vast dat er een intensieve en individuele aanpak heeft plaatsgevonden van die gemeenten.
De voorzitter: De heer De Meyer heeft het woord.
De heer Jos De Meyer: Minister, ik ga er inderdaad van uit dat u en uw kabinet voldoende gezond verstand hebben om deze dossiers en de beroepsprocedure met de nodige wijsheid te beoordelen.
Ik wil ook even ingaan op de verdediging van het VEA. Met louter vormelijkheden vanuit de administratie kan men geen goed beleid voeren. Dat blijkt ook uit de reacties van de collega’s die ik heb gehoord. Ik dank hen trouwens voor hun steun.
Wanneer zij strikt de wetgeving en de vormelijkheden toepassen, kan ik hen geen ongelijk geven. In de loop van de jaren is er een duidelijke verstrenging van de wijze waarop zij de regelgeving toepassen. Ik zal u een aantal voorbeelden bezorgen. Ik kan u aantonen dat de wijze van interpretatie in de loop van de jaren veel strakker is geworden.
Ik kijk uit naar de goede afloop van de behandeling van deze dossiers.
De voorzitter: Het incident is gesloten.

Drie miljoen euro voor onderhoud fietspaden Oost-Vlaanderen

Binnen het ontwerp van indicatief meerjarenprogramma openbare werken wordt de komende drie jaar telkens één miljoen euro voorzien voor het structureel onderhoud van de fietspaden langs gewestwegen in Oost-Vlaanderen. Op basis van het jaarrapport “Toestand van de fietspaden” zal een bundelbestek worden aanbesteed, waarmee het structureel onderhoud zal worden uitgevoerd op de meest prioritaire locaties. Dit vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer van minister van openbare werken Hilde Crevits.

Beste wensen!

Wijn in de winternacht
verzegeld uit de kelder,
maak onze woorden zacht
onze gedachten helder.

Kind in de winternacht
zo wit zo lang geleden,
verhevig onze kracht
voor een bewind van vrede.

Anton Van Wilderode

Een gelukkig jaar 2011!

Jos De Meyer

Sneeuwruiming in Sint-Niklaas: bijsturing nodig!

Raadslid hekelt sneeuwruiming

CD&V-gemeenteraadslid Jos De Meyer vindt dat de stad de voorbije winter de sneeuwruiming niet goed heeft aangepakt.

“Er is absoluut bijsturing nodig. Het kan niet dat sommige straten hooguit één keer of zelfs nooit worden gestrooid. In sommige straten reed de strooiwagen wel door, maar mócht die niet strooien. Is het bovendien normaal dat een straat waar een huisdokter woont, niet wordt gestrooid? Voor minder mobiele mensen is die huisdokter midden in de winter dus onbereikbaar. Hetzelfde geldt voor onthaalouders. Het kan ook niet dat de parking aan de kerk van Belsele, het dorpsplein in Nieuwkerken of de parking van het zwembad niet sneeuwvrij worden gemaakt. De stad moet eerst haar eigen stoep proper maken. In het verleden ging dat wel. Als dat niet lukt, kan de stad ook een beroep doen op firma’s.”

(Het Laatste Nieuws, JVS)

______

Jos De Meyer (CD&V) kritisch over strooibeleid

“Het stedelijk strooiplan van de voorbije weken voldoet niet aan de verwachtingen van de bevolking. De bewoners van niet prioritaire straten hebben er begrip voor dat zij niet meteen aan bod komen. Maar dat er de voorbije weken geen enkele keer werd gestrooid, dat gaat er niet in”, verzekert gemeenteraadslid Jos De Meyer (CD&V).

Als lid van de bestuursmeerderheid van deze stad laat hij zich heel kritisch uit over het nieuwe strooibeleid. “Als de stad door uitzonderlijke omstandigheden het strooien zelf niet meer aan kan, moet het een beroep doen op priv�firma’s”, aldus nog De Meyer. Hij vraagt om een bijsturing van het plan nog deze winter.
(Gazet van Antwerpen, KODE)
__________

Raadslid niet te spreken over sneeuwbestrijding

Sint-Niklaas De stad Sint-Niklaas moet zijn eigen stoep op het openbaar domein zo effici�nt mogelijk sneeuw- en ijsvrij houden. CD&V-gemeenteraadslid Jos De Meyer wil dat het sneeuw- en ijzelbestrijdingsplan bijgestuurd wordt.

Straten zijn in geen weken gestrooid

Jos De Meyer

CD&V-raadslid

‘Het nieuwe plan heeft een paar oude automatismen doen sneuvelen. Het is nu de burgemeester die beslist of na de eerste bestrijdingsfase ook een volgende fase mag ingaan. Ik word door mensen gestalkt om het recent ingevoerde plan bij te sturen. Het zijn mensen die er problemen mee hebben dat hun straat in al die weken niet of nauwelijks gestrooid is. Ik kan begrijpen dat er om milieuredenen minder zout wordt gestrooid en dat niet overal tegelijk kan worden gestrooid. Maar een dokter in een landelijke straat waar niet wordt gestrooid, is snel onbereikbaar voor minder mobiele pati�nten.’

Volgens De Meyer zijn er inspanningen genoeg geleverd voor de grote fietspaden. Maar er zijn ook de landelijke straten in de deelgemeenten. In de Bosstraat in Puivelde reden vrachtwagens, maar strooien deden ze niet. ‘De stad moet zijn eigen stoep ruimen op het openbaar domein’, vertelt Jos De Meyer. ‘Het dorpsplein in Belsele, Nieuwkerken, het voetpad aan Sinbad waren niet sneeuwvrij gemaakt. In veel straten is nooit gestrooid gedurende deze uitzonderlijke winterperiode. Pekel is doeltreffender om wegen sneeuwvrij te maken. Ik begrijp dat een aanpassing van het machinepark tijd vergt, maar de stad kan ook vaker beroep doen op de priv�sector als het om dergelijke uitzonderlijke sneeuwval gaat.’
(Het Nieuwsblad, sl)

GEEN INJECTIETARIEVEN MEER VOOR HERNIEUWBARE ENERGIE EN WARMTEKRACHTKOPPELING

Vandaag werd in het Vlaams Parlement het voorstel van decreet dat de tarieven voor de injectie van stroom op het distributienet uit groene- en wkk-productie moet afschaffen , behandeld en goedgekeurd. Volgens de indieners, Vlaams volksvertegenwoordigers Carl Decaluwé, Jos De Meyer en Tinne Rombouts zorgt dit decreet voor een rendabeler investeringsklimaat tegen een verwaarloosbare maatschappelijke kost. Dit met niets dan milieuwinst tot gevolg.

Een Koninklijk Besluit laat momenteel toe dat distributienetbeheerders kosten mogen aanrekenen voor de stroom uit hernieuwbare energiebronnen (HEB) en warmtekrachtkoppeling (WKK) die op hun net wordt geïnjecteerd. Vlaams volksvertegenwoordiger Carl Decaluwé stelt dat dit een discriminatie is: voor de conventionele centrale productie-installaties die rechtstreeks stroom op het hoogspanningsnet injecteren, gelden deze injectietarieven immers niet.

“Met dit voorstel geven we geen extra voordeel of subsidie aan groene stroom. Wel integendeel: hiermee zorgen we voor de gelijke behandeling van decentrale groene stroomproductie met centrale conventionele elektriciteitsproductie.” benadrukt Decaluwé.

Het decreet kwam er mede op vraag van de klankbordgroep glastuinbouw die door Minister-President Kris Peeters werd opgericht. Enkel al in deze deelsector (goed voor 250 MWe opgesteld vermogen, verspreid over een 320 ha glas) zorgde de injectievergoeding al vlug voor een extra kost van circa 10 000 euro/ha op jaarbasis.

De impact van het voorstel op de elektriciteitsprijs is zo goed als nihil, stelt Tinne Rombouts: “de federale regulator Creg becijferde dat het distributietarief, dat op zich slechts 30% van de factuur uitmaakt, maximaal met 0,5% kan stijgen. De prijsimpact van dit decreet is dus voor de consument verwaarloosbaar terwijl de winst voor het milieu en de rentabiliteit voor investeerders aanzienlijk stijgt.”

Jos De Meyer onderstreept het belang van dit decreet voor de groene stroomproducenten in de land- en tuinbouwsector. Want het zijn in de praktijk vooral land- en tuinbouwers die investeren in dergelijke installaties en het te veel aan opgewekte stroom op het distributienet injecteren. Op dit moment krijgen zij soms nog gepeperde rekeningen om groene stroom te mogen leveren aan het net. “Dit decreet maakt deze omgekeerde wereld terug normaal”, stelt hij.

De tekst van het decreet: http://www.vlaamsparlement.be/Proteus5/showParlInitiatief.action?id=613236&tabId=-1671462220

Meer informatie:

Vlaams volksvertegenwoordigers

Carl Decaluwé – 0476/40.85.17

Jos De Meyer – 0496/58.31.02

Tinne Rombouts – 0497/54.77.81

Regels op het financieel bestuur van de erediensten bijsturen

De nieuwe regels op het financieel beheer van de erediensten, die vervat zijn in het decreet van 7 mei 2004, werden volledig operationeel op 1 januari 2008. Ruim twee jaar later zijn er vanuit de gemeentebesturen en kerkbesturen duidelijke signalen dat de tijd gekomen is voor een grondige evaluatie. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer ondervroeg bevoegd minister Geert Bourgeois over de problematiek van de resultaatverwerking.

Het probleem van de resultaatverwerking van de besturen van de eredienst wordt veroorzaakt doordat op het ogenblik dat het budget wordt opgemaakt het overschot of tekort van het voorafgaande boekjaar nog niet gekend is, aldus Bourgeois.

Die formule is eigenlijk identiek aan de vroegere regeling. Dezelfde slingerbeweging bestond reeds vroeger, maar viel minder op omdat er nog niet met meerjaren­plannen werd gewerkt en de mogelijkheid bestond om tussentijds bij begrotingswijziging het ‘vermoedelijke overschot’ te vervangen door het ‘werkelijke overschot’. Die mogelijkheid werd geschrapt in de nieuwe regelgeving.

De minister ziet een eventuele oplossing door opnieuw de mogelijkheid in te schrijven om het werkelijke rekeningresultaat in te brengen bij budgetwijziging of om de besturen van de eredienst te verplichten om dat jaarlijks te doen. Het is echter de bedoeling de regelgeving te evalueren en indien nodig pas bij te sturen tegen het aantreden van de nieuwe gemeente- en provinciebesturen na de verkiezingen van 2012.

Jonge boeren haken massaal af

Eén op de twee Vlaamse boeren die stoppen, zijn jonger dan 55 jaar. Zelfs steeds meer boeren onder de 45 haken af. ‘Wie wil er nog werken voor minder dan zes euro per uur?’ zegt Ricci Focke van de vzw ‘Boeren op een Kruispunt’, die de stoppers bijstaat.

Vlaanderen telt nu minder dan 30.000 landbouwbedrijven. Daarvan worden er nog 20.000 voltijds uitgebaat. Jaarlijks stoppen zowat 1.400 bedrijven. En ook dit jaar deed iets meer dan 3 procent van de Vlaamse boeren de boeken dicht. De neergang is al decennia aan de gang. In dertig jaar tijd zijn twee boerderijen op de drie ermee gestopt.

Deze dramatische cijfers gaf Vlaams minister-president Kris Peeters, bevoegd voor Landbouw, deze week op vraag van CD&V-volksvertegenwoordiger Jos De Meyer.

Bovenop de gestage neergang komt nu een nieuw fenomeen: steeds vaker leggen boeren die nog ver verwijderd zijn van de pensioenleeftijd het bijltje erbij neer. Dat 65-plussers op rust gaan, is de logische gang van zaken. Dat een dertiger de stiel vaarwel zegt, is niet vanzelfsprekend, want elke boer zit opgescheept met zware leningen. Kris Peeters telt zelfs iets meer stoppers jonger dan 55 jaar dan afscheid nemende boeren tussen 55 jaar en de pensioengerechtigde leeftijd.

Een hongerloon

Dit wijst op een zware crisis. Bovendien zeggen maar 2.800 van de nog actieve boeren dat ze een opvolger klaarstomen. Bij de boeren onder de 50 jaar zakt dat naar amper 600 opvolgers. Met andere woorden: de jongere generatie haakt massaal af. ‘Wij horen dag in, dag uit verhalen van stoppers’, getuigt Ricci Focke van de vzw ‘Boeren op een Kruispunt’, die landbouwers in nood bijstaat. ‘De investeringen worden zwaarder, terwijl de bedrijfsinkomsten zakken tot gemiddeld onder de 30.000euro per jaar.

‘Let wel: dat is een gemiddelde. Wat wil zeggen dat de helft van de boeren daar onder zit. Een beetje boer werkt 5.000 uur per jaar. Dat betekent dat de helft van de boeren werkt voor minder dan zes euro per uur. De varkenshouders werken al jaren met verlies door de grondstoffencrisis, en vooral voor tuinders loopt de energiefactuur torenhoog op. Zo komt het dat zelfs relatief jonge boeren, die twintig jaar geleden met passie in de stiel stapten, er nu tegen hun zin maar noodgedwongen uitstappen, om in loondienst te gaan.’

Opgeslokt door de groten

Blijven er bij dit tempo over twintig jaar nog wel boeren over? ‘Zo’n vaart zal het niet lopen’, zegt François Huyghe van de studiedienst van de Boerenbond. ‘De omzet van onze landbouw blijft redelijk constant. Wat wijst op schaalvergroting: de bedrijven die stoppen, worden opgeslokt door grotere bedrijven die proberen hun inkomen op te vijzelen.’ Maar ook hij onderkent dat de landbouw in crisis verkeert. ‘2008 en 2009 waren ongezien slechte jaren. Dit jaar stijgt het gemiddelde inkomen weer met 30 procent, vooral in de akkerbouw maar zeker niet in de varkenshouderij. Maar zelfs dan halen we niet het niveau van de normale jaren 2003-2007.’

Ricci: ‘Zelfs schaalvergroting waarborgt geen inkomenszekerheid. Er bestaat geen zaligmakende strategie. Alleen leefbare afzetprijzen kunnen een oplossing brengen.’
(Het Nieuwsblad, fds)

Jaarverslag 2009-2010 Vlaams Parlement

Op woensdag 15 december werd het Jaarverslag 2009-2010 van het Vlaams Parlement voorgesteld, het eerste Jaarverslag van de nieuwe legislatuur 2009-2014. Het geeft een goed globaal beeld over welke dossiers en zaken in dit parlement aan bod komen.
Het is belangrijk dat zoveel mogelijk burgers betrokken zijn bij het parlement. Een goed werkend parlement houdt zijn kiezers dan ook op de hoogte van waar het mee bezig is, in een verstaanbare taal en stijl.

Uiteraard komen ook de politieke dossiers die mij na aan het hart liggen aan bod in het jaarverslag.

Zo vindt u o.a. een luik over:

– Nood aan meer en betere schoolgebouwen
– De hervorming van het hoger onderwijs
– Grote crisis in de landbouw
– De impact van Europa op het Vlaamse landbouw- en visserijbeleid.

U kan het Jaarverslag digitaal raadplegen:
http://www.vlaamsparlement.be/vp/pdf/20102011/20101215_jaarverslag_20092010.pdf

Wenst u een gedrukt exemplaar van het Jaarverslag 2009-2010? Dat kan op eenvoudig verzoek verkregen worden bij het Vlaams Parlement: telefonisch via 0495-36 53 02 of via mail: externe.relaties@vlaamsparlement.be.

Beleidsbrief onderwijs

Gisteren hebben we de bespreking van de beleidsbrief onderwijs van Minister Smet na drie dagen van intense bespreking afgerond.
In samenspraak met mijn collega’s hield ik een tussenkomst over de doelstelling “regelgeving vereenvoudigen en transparanter maken” en over de doelstelling “scholen uitbouwen tot uitnodigende en stimulerende werk- en leefomgevingen”. Ik vroeg ondermeer aandacht voor investeringen in uitrustingen in TSO en BSO, voor de leningen voor schoolgebouwen in het kader van het Nationaal Waarborgfonds, voor het DBFM-project en voor de toekomst van scholenbouw in Vlaanderen.

Lees hierover meer:
http://docs.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2010-2011/g745-1.pdf

Scholen krijgen meer geld én uitleg over nieuwe gebouwen

Scholen uit het gesubsidieerd onderwijs die in het bouwprogramma van publiek-private samenwerking stappen, krijgen extra financiële hulp. De subsidie van de overheid wordt voor het basisonderwijs opgetrokken van 70% naar 81,5%, voor het secundair onderwijs van 60% tot 71,5%.

Dat werd in de commissie onderwijs beslist op voorstel van Jos De Meyer (CD&V). Het Vlaams Parlement zal het amendement, dat hij samen met Kathleen Deckx (sp.a) en Vera Celis (N-VA) indiende, wellicht volgende week goedkeuren.

Als inhaaloperatie voor de scholenbouw wil de Vlaamse overheid 1,5 miljard euro in 211 nieuwe schoolgebouwen investeren. Een speciale DBFM-vennootschap (alternatieve financiering) zal de gebouwen ontwerpen, bouwen, financieren en onderhouden. De scholen die intekenen, betalen 30 jaar lang een beschikbaarheidsvergoeding.

Maar het kostenplaatje bleek te hoog voor het vrije net. Daarom zijn nog maar weinig katholieke scholen in het project gestapt.

Een ander heikel punt is dat de scholen een contract moeten ondertekenen, waarin wordt verwezen naar artikels uit een raamovereenkomst tussen de Vlaamse overheid en de private partner BNP Paribas Fortis Bank/AG Real Estate. Maar niemand mocht die overeenkomst inkijken. Na maandenlang aandringen van Vlaams parlementslid Jos De Meyer krijgen de parlementsleden nu inzage in de raamovereenkomst. De schoolbesturen krijgen de bewuste artikels toegestuurd. (Gazet van Antwerpen,SD)

Vissen in Oude Durme mag wel degelijk

Ondanks ontmoedigingsborden van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) mogen de vissers op de Oude Durme op hun twee oren slapen. Vlaams minister voor Leefmilieu en Natuur Joke Schauvliege (CD&V) garandeert nu het visrecht op de afgesloten Durmemeander. Het ANB plaatste op de oever van de Oude Durme in Waasmunster bordjes met de boodschap dat de doorgang over die gronden verboden is. ‘Onwettig’, zegt minister Schauvliege. ‘Vissers hebben op basis van de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij het recht om de visserij te beoefenen over een breedte van maximum anderhalve meter, gerekend vanaf de boord die de waterloop bespoelt in zijn hoogste peil zonder overstromen.’ Dat liet de minister weten aan Vlaams volksvertegenwoordiger en partijgenoot Jos De Meyer uit Sint-Niklaas.

HAMME/WAASMUNSTER – Borden van het Agentschap voor Natuur en Bos wilden het vissen in de Oude Durme ontmoedigen

Bevaarbare waterloop

De Meyer wilde ook weten of de Oude Durme nog altijd beschouwd wordt als een bevaarbare waterloop en daardoor ook valt onder de regelgeving van de riviervisserij. ‘De Durme zelf is een bevaarbare waterloop en daarom is ook de aanhorige Oude Durme opgenomen in de lijst. Wat het visrecht betreft, is de Oude Durme dus gelijkgesteld met een bevaarbare waterloop. De afgesneden meander van de Durme is eigendom van de Vlaamse overheid en wordt beheerd door het ANB, net als de percelen tussen de Oude Durme en de nieuwe Durmebedding langs de linkeroever (Waasmunster). Het visrecht wordt uitgeoefend op de dijken of de oevers. Omdat de dijken gedurende minstens dertig jaar ongestoord publiek worden gebruikt, hebben ze een openbaar karakter verkregen.’

Volgens Schauvliege moet het ANB het publiek doorgangsrecht erkennen op de buurt- en openbare wegen langs de Oude Durme. ‘Het blijft toegestaan om op beide oevers te vissen, met inachtneming van de wetgeving op de riviervisserij.’

Hobby komt niet in gedrang

Volgens Jos De Meyer wou het ANB met de aangebrachte borden het vissen op de linkeroever op het grondgebied van Waasmunster ontmoedigen. ‘Dat leidt tot een situatie die voor de gewone burger grote onduidelijkheid schept over zijn visrechten ter plaatse.’ De leden van de Oude Durmevissers weten meteen dat hun favoriete vrijetijdsbesteding niet in het gedrang komt. ‘De Oude Durme is een zeer visrijk water’, weet Rik Geerinckx van het visserslokaal De Watermolen aan de Hamse rechteroever. ‘Bovendien is het ANB geen exclusief beheerder van de oevers. Een groot deel is eigendom van private aangelanden.’

(Bron: Het Nieuwsblad – Jan Van De Velde)

Vernieuwingen in gemeentedecreet positief

Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 introduceerde een aantal nieuwigheden in het politieke bestuur van de gemeente. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg minister van binnenlandse aangelegenheden Bourgeois om een eerste evaluatie. Globaal is de minister positief. Opvallend is de goede score voor de juridisch sluitende basis om politieke afspraken te verankeren bij het begin van de bestuursperiode. Dit wordt aanzien als een bron van stabiliteit binnen de bestuursmeerderheid en leidt tot een grotere transparantie. Ook de andere elementen van vernieuwing (voorzitterschap gemeenteraad, OCMW-voorzitter in het college van burgemeester en schepenen, verhindering uitvoerende mandatarissen) zorgen voor een nieuwe dynamiek.

Enkele cijfers:
– In slechts één gemeente (Houthalen-Helchteren) behoort de voorzitter van de gemeenteraad niet tot de partijen die deel uitmaken van het college.

– In 195 gemeenten is de burgemeester of waarnemend burgemeester de
voorzitter van de gemeenteraad. In 10 gemeenten wordt de
gemeenteraad voorgezeten door een schepen.

– In één op de drie gemeenten (102) is de voorzitter een
gemeenteraadslid.

– In 5 gemeenten telt het college van burgemeester en schepenen minder leden dan het wettelijk maximum.

Antwerpen: 7 schepenen i.p.v. 10
Baarle Hertog: 2 schepenen i.p.v. 3
Schelle: 3 schepenen i.p.v. 4
Vosselaar: 4 schepenen i.p.v. 5
Zwijndrecht: 4 schepenen i.p.v. 5

– In 211 van de 308 Vlaamse gemeenten (68,5%) maakt de voorzitter van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn reeds deel uit van het college van burgemeester en schepenen. Vanaf de volgende legislatuur is dit voor alle gemeenten verplicht.

– In 21 gemeenten werd bij de start van de legislatuur een einddatum ingeschreven in de voordrachtakte van de burgemeester. In 16 van gevallen werd er ook reeds een opvolger aangeduid. Voor de schepenen zijn er geen cijfers bekend omdat deze voordrachten niet moeten worden toegestuurd aan de Vlaamse Regering.

Vergoedingen planschade: 18 miljoen euro

Bij de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen kan planschade en dus waardeverlies ontstaan, bijvoorbeeld door erfdienstbaarheden van openbaar nut of eigendomsbeperkingen op te leggen. In deze gevallen kan een benadeelde via de rechtbank aanspraak maken op een schadevergoeding. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer ondervroeg minister van ruimtelijke ordening Muyters over het functioneren van deze regeling.

Een planschadevergoeding (80% van het waardeverlies) wordt toegekend wanneer een perceel niet meer in aanmerking komt voor een vergunning om te bouwen of te verkavelen, terwijl het de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dat definitieve ruimtelijke uitvoeringsplan wel in aanmerking kwam voor een vergunning om te bouwen of te verkavelen. Deze vergoeding verkrijgt men echter niet automatisch. Hiervoor is er altijd een procedure vereist die door de schadelijdende partij aanhangig moet worden gemaakt voor de rechtbank van eerste aanleg.

Tot op heden werden een duizendtal gerechtelijke procedures opgestart met het oog op het vergoeden van planschade op basis van plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen. Van 1992 tot heden werd in een 100-tal zaken een schadevergoeding uitgesproken. Slechts ongeveer één op de tien gerechtelijke procedures resulteert dus in een veroordeling. Toch zijn deze dossiers goed voor een totaalbedrag van 18 miljoen euro aan betaalde schadevergoedingen.

De minister wil dan ook nagaan hoe de financiële kost veroorzaakt door de ruimtelijke uitvoeringsplannen en bijzondere plannen van aanleg beter beheerst kan worden. Binnen hetzelfde kader zal hij ook bekijken wie de factuur van de planschadevergoeding moet betalen. Ook wordt onderzocht of de zware gerechtelijke procedure kan vervangen worden door een administratieve procedure. Dit naar analogie met de procedure via de Vlaams Landmaatschappij (VLM) voor het aanvragen van een bestemmingswijzigingscompensatie.

‘Stad bijna bedrogen bij verkoop bibliotheekfiliaal’

Sint-Niklaas Het heeft geen haar gescheeld of het stadsbestuur had de vroegere bibliotheek aan het Waasland Shopping Center voor een prikje verkocht.

De gemeenteraad keurde de verkoop goed voor een bedrag van 1,4 miljoen euro. Het eerste bod was nochtans slechts 600.000 euro. ‘Tijdens de gemeenteraadscommissie bleek dat een veel te laag bedrag’, zeggen CD&V-gemeenteraadsleden Jos De Meyer en Julien Ghesquière. ‘Daarna is een onderzoek naar de verkoopprijs ondernomen. We stelden vast dat het vroegere bibliotheekfiliaal minstens het dubbele waard was.’

Het bibliotheekfiliaal is geschikt om er een horecazaak van te maken of een ander commercieel project dat aansluit bij het winkelcentrum in de Kapelstraat. Er kon maar één koper zijn, want het was geen openbare verkoop. Allicht heeft het gebrek aan ervaring met de verkoop van winkelruimte parten gespeeld. Het door de gemeenteraad nu goedgekeurde veel hogere bod, wordt vermoedelijk gebruikt om de vernieuwing van de Stadsbibliotheek aan het Hendrik Heymanplein mee te financieren.

‘Ik moet de collega’s bedanken voor hun alertheid’, zegt gewezen burgemeester Freddy Willockx (SP.A). ‘De compromis van de verkoop was bijna ondertekend en dan waren we bedrogen uitgekomen. Wij vertrouwen in principe op schattingsverslagen van het ministerie van Financiën, maar dat bleek deze keer geen goede keuze.’
(Het Nieuwsblad, sl)

Peeters zal bij EU-Commissie varkenscrisis aankaarten

Naar aanleiding van de Europese reflectiedag over de varkenssector vroegen Vlaams volksvertegenwoordigers van CD&V Jos De Meyer en Jan Verfaillie minister-president Kris Peeters naar de ondersteuningsmogelijkheden die op deze dag ter sprake kwamen. Peeters antwoordde dat op Europees niveau voorlopig geen maatregelen worden genomen, maar dat Vlaanderen wel al besliste een aantal crisisinstrumenten in te zetten.

De situatie is niet eenvoudig, aldus de minister-president, want de economische rendabiliteit van de varkenssector in België is al sinds 2007 problematisch. In de periode 2007-2008 waren er lage marktprijzen en zeer hoge voederkosten met als gevolg sterk gedaalde winstmarges. In 2009 zijn de voederkosten wel terug gedaald, maar nooit meer tot het niveau van voor de prijsstijging in 2007. Vanaf half 2010 is er terug een forse stijging aan de gang. Zo zijn de voederprijzen in België sinds mei van dit jaar al met een kwart gestegen.

Van de OESO-voorspellingen op de reflectiedag onthoudt Peeters dat er mogelijkheden zijn om op een aantal uitdagingen een gepast antwoord te bieden. Zo zal de beschikbaarheid van voeder geproduceerd uit granen dalen, maar zijn er mogelijkheden om de voederproductie te doen stijgen door gebruik te maken van dierlijke eiwitten en bijproducten van distillatieprocessen. “Nog belangrijker is dat de OESO een heropleving van de varkensprijzen verwacht halfweg 2011”, zegt Peeters.

Om de eerstkomende periode van slechte prijzen te overbruggen, worden de Vlaamse herstelmaatregelen inzake overbruggingskredieten in 2011 voortgezet voor varkenshouders. Het instrument overbruggingskredieten is niet onbelangrijk voor de varkenssector, getuige daarvan het aantal dossiers, aldus Peeters. Van de 318 aanvragen voor overbruggingskredieten zijn er begin december 81 dossiers door varkensbedrijven ingediend voor een bedrag van 5,5 miljoen euro.

Daarnaast zullen alle VLIF-kapitaalpremies – die normaal in 2011 zouden worden uitbetaald aan varkenshouders – vervroegd worden uitbetaald voor eind 2010. In totaal gaat het over een bedrag van meer dan vier miljoen euro waarvan 2,7 miljoen euro reeds eind oktober de varkenshouders bereikte. Het resterende bedrag van 1,36 miljoen euro zal in de week van 20 december worden vrijgegeven.

Op Vlaams niveau engageert Peeters zich om via een aantal dialoogdagen met de varkenssector te discussiëren over maatregelen op lange termijn. Op Europees niveau uitten de lidstaten op de reflectiedag de ambitie om te komen tot een Europese High Level Group, naar analogie met de zuivelsector. De houding van de Europese Commissie noemde Peeters eerder deze week ontgoochelend. Volgens de Commissie zijn er op macro-economisch vlak weinig problemen. “Door het (lage) Europese prijsniveau voor varkensvlees is Europa concurrentieel op de wereldmarkt, wat voldoende positieve gevolgen heeft voor de export”, luidt het Commissie-standpunt.

“De Commissie gaat hiermee voorbij aan een 50 jaar oude doelstelling van het Europees landbouwbeleid: zorgen voor een leefbaar inkomen voor de varkenshouders”, stelt Peeters. “Ik blijf daarom bij de Europese Commissie aandringen om de situatie van onze varkenshouders ernstig te nemen en zal de problematiek aankaarten op de landbouwraad van volgende week”, aldus Peeters. (Vilt)

Nederland zoekt alternatief voor Hedwigepolder

Nederland is op zoek naar een alternatief voor de ontpoldering van de Hedwigepolder. Dat heeft de nieuwe premier Mark Rutte meegedeeld op een overleg met Vlaams minister-president Kris Peeters (CD&V). Jos De Meyer (CD&V) interpelleerde Kris Peeters daarom naar een stand van zaken. Die laatste heeft alleen akte genomen van de Nederlandse zoektocht naar een alternatief voor de ontpoldering van de Hedwigepolder. Hij heeft echter ook de Vlaamse bezorgdheid verwoord over de naleving van dit verdrag.

Bij het debat over het nieuwe regeerakkoord verklaarde premier Rutte dat de Hedwigepolder in Zeeuws-Vlaanderen niet ontpolderd zal worden. Nederland komt daarmee terug op de afspraken die in 2005 met Vlaanderen werden gemaakt in het Scheldeverdrag. De ontpoldering was nodig als natuurcompensatie voor de verdieping van de vaargeul in de Westerschelde. Bovendien zijn de werken op Belgisch grondgebied, Prosperpolder in Kieldrecht, al volop aan de gang.

Geld voor facturen scholenbouw is op: betalingsstop tot januari

Eind september stopten plots de subsidiebetalingen voor scholenbouw. Tot januari moeten de scholen het gat zelf dichtrijden. Minister voor onderwijs Smet verdedigde zich door te stellen dat de toename aan aanvragen niet voorzienbaar was. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer weerlegt dit en stelt vast dat zelfs in het eigen jaarverslag van AGIOn de evolutie duidelijk af te lezen en te voorspellen is.

Wanneer een schoolbestuur bouwwerken wil laten uitvoeren dan kan ze bij AGIOn een aanvraag tot subsidiëring indienen. Het dossier komt dan op de wachtlijst terecht. Eens de wachttijd doorlopen (dus zo’n 9 jaar later) volgt dan de uitvoering van de werken. Op vraag van de school voert AGIOn gespreid over het jaar de nodige betalingen uit op basis van de ingediende facturen en vorderingsstaten. Tot op heden waren er steeds voldoende betalingskredieten om voor de goedgekeurde dossiers te kunnen voorzien in de uitbetaling.

De betalingsstop is een precedent zonder voorgaande.

Door het niet nakomen van het engagement tot tijdige uitbetaling van de subsidies zullen vele schoolbesturen zelf overbruggingskredieten moeten afsluiten of verwijlintresten moeten betalen. De Meyer pleitte ervoor dat de Vlaamse Overheid zijn verantwoordelijkheid zou nemen en eventuele meerkosten als gevolg daarvan op zich zou nemen.

De minister stelt dat dit niet voor elke school problematisch moet zijn en kondigde aan dat AGIOn zal samen zitten met de onderwijskoepels en de aannemers om de zaken te evalueren. Hij voorziet extra geld voor 2011 en zal de zaken opnieuw evalueren bij de begrotingscontrole van volgend jaar.

Jos De Meyer waarschuwde de minister: de 23 miljoen euro die voor 2011 extra voorzien is, zal niet voldoende zijn. Het tekort in 2010 zal immers minimaal 35 miljoen euro zijn. Eigenlijk start 2011 dus met 12 miljoen euro minder voor scholenbouw.

* * * *
De Morgen – 10 november 2010

Scholen hebben 35 miljoen schuld bij bouwsector

Dienst Infrastructuur Katholiek Onderwijs:
Er zijn al aannemers die hun geld willen. En scholen die echt in moeilijkheden komen

Brussel l Het geld voor scholenbouw in 2010 is op. Alle facturen sinds 15 september worden niet meer betaald door Agion, het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs. In totaal zou er 35 miljoen euro te weinig zijn. Ruim honderd scholen moeten op zoek naar overbruggingskredieten.

DOOR KIM HERBOTS
Voor dit jaar had Agion een pot van ruim 150 miljoen euro om facturen in scholenbouw te betalen. Dat geld is, voor de eerst keer in de geschiedenis van het agentschap, vroegtijdig op. “Agion werd dit jaar geconfronteerd met een onverwachte toename van ingediende vorderingsstaten, waardoor momenteel de betalingskredieten voor 2010 uitgeput zijn”, bevestigt woordvoerster Peggy De Tollenaere.

Al zijn die vorderingen nu ook weer niet zo onverwacht: de stijging heeft veel te maken met beloftes uit 2008. “In dat jaar kondigde de toenmalige minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (sp.a) een inhaaloperatie aan”, legt Dirk Vanstappen van de Dienst Infrastructuur van het Katholiek Onderwijs uit. “Er mochten meer dossiers goedgekeurd worden. “Dat gebeurde, maar de begroting voor dit jaar volgde niet. “En net nu komen onder meer die facturen van de inhaaloperatie binnen”, aldus Vanstappen. “We willen geen stenen werpen en iedereen probeert het probleem op te lossen, maar een en ander is gewoonweg niet voldoende ingecalculeerd.”

Agion heeft de grens op 15 september gelegd: facturen van daarna zullen in 2010 niet meer betaald worden. Althans niet door het agentschap. “De scholen moeten ofwel rekenen op de goodwill van de aannemer”, meent Vanstappen. “Ofwel moeten ze met de bank gaan praten. Wij hebben al brieven gekregen van aannemers die laten weten dat ze hun geld willen zien. Maar scholen hebben er niet op gerekend dat ze plots honderdduizenden euro’s extra op tafel moeten leggen. Er zijn er die echt in moeilijkheden komen.” Naar schatting zou het om meer dan honderd scholen gaan die op zoek moeten naar bijkomend geld.

CD&V-parlementslid Jos De Meyer heeft onderwijsminister Pascal Smet (sp.a) over de kwestie aan de tand gevoeld. Die liet weten dat de begroting volgend jaar bijna 23 miljoen euro meer voorziet. Onvoldoende, zo menen experts. “Het gat is naar schatting 35 miljoen euro”, stelt De Meyer. “Bovendien zit de begroting al jaren in een stijgende lijn: de noden worden almaar groter en bouwen wordt steeds duurder. Dat extra geld is dus sowieso nodig. Hoe zit het bovendien met de verwijlintresten die de scholen zullen moeten betalen? Zullen ze die ook mogen terugvorderen?”

Agion laat weten dat de betalingen hervat zullen worden op 3 januari.

© 2010 De Persgroep Publishing

“Landbouwsteun toespitsen op actieve landbouwers”

Om het groeiende probleem bij de overdracht van productiefactoren van uittredende naar actieve, jonge landbouwers aan te pakken, wil minister-president Kris Peeters bekijken hoe de steun meer toegespitst kan worden op actieve landbouwers. Ook zal de vestigingssteun voor startende landbouwers opgetrokken worden van 55.000 naar 70.000 euro. Dat antwoordde hij op een parlementaire vraag van Jos De Meyer.

Uit de studie ‘Wijkers en blijvers in de Vlaamse land- en tuinbouw’ van de Vlaamse landbouwadministratie bleek dat er nog heel wat knelpunten waren bij de overdracht van productiefactoren zoals grond of toeslagrechten tussen stoppende en actieve boeren. In dat kader vroeg CD&V-parlementslid Jos De Meyer aan minister Peeters hoe hij dit verder wil aanpakken en welke timing hij daarvoor hanteert.

“We stellen vast dat de totale oppervlakte grond, gebruikt door startende landbouwers, gradueel gedaald is over de hele bestudeerde periode in het rapport. Ook zien we dat vele gepensioneerde landbouwers vasthouden aan hun grond, zowel om emotionele als om financiële reden”, zegt Peeters. Volgens hem bestaat de uitdaging erin betere kansen te bieden voor jonge starters en oudere landbouwers in staat stellen om met een gerust hart hun actieve loopbaan af te sluiten.

Omdat jonge, startende landbouwers de toekomst vormen van de Vlaamse land- en tuinbouwsector, is de minister-president ervan overtuigd dat het belangrijk is dat zij goed begeleid en ondersteund worden. “Om deze doelgroep te stimuleren hun ondernemerschap in daden om te zetten, heeft de Vlaamse regering onlangs haar principiële goedkeuring gegeven om de vestigingssteun in het kader van de VLIF-reglementering op te trekken van 55.000 naar 70.000 euro.”

In het kader van de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid wil Peeters komen tot een hernieuwde definitie van het begrip ‘actieve landbouwer’. Ook heeft hij zijn administratie de opdracht gegeven om voorstellen te formuleren voor een preciezere aflijning van de doelgroep van de directe inkomenssteun. “Het is immers van belang dat Europese landbouwsteun daar terechtkomt waar hij het beste bijdraagt aan een competitieve en duurzame landbouw.”

Eerder deze week vond hierover een overleg plaats met de landbouworganisaties. Peeters hoopt dit najaar de resultaten van deze denkoefening over te maken aan de Europese Commissie.

Meer info op de webstek: http://www.vilt.be/Wijkers_en_blijvers_Grond_vaak_twistpunt_tussen_wijkers_en_blijvers_in_landbouw

1,25 miljoen euro voor Doelse kogge

Minister voor onroerend erfgoed Bourgeois engageerde zich in 2010 om de nodige middelen te voorzien voor het onderzoek naar de Doelse kogge. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer is dan ook heel tevreden dat, na een aantal bewarende maatregelen in 2009 en een serie staalnames in de loop van dit jaar, in de begroting van 2011 maar liefst 1 249 000 euro werd uitgetrokken voor de kogge.

Het geld moet dienen voor de aanwerving van een tijdelijke labomedewerker (52 000 euro), een vriesdrooginstallatie (750 000 euro) en voor de inrichting van de conservatieruimte
(250 000 euro eveneens op de kapitaalkredieten).

Het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed (VIOE) voert het onderzoek uit in het Waterbouwkundig Laboratorium in Antwerpen. Er wordt 36 maanden voor uitgetrokken. Aan de hand van de resultaten van de staalnamen zal wellicht begin 2011 kunnen ingeschat worden of er tot conservatie kan overgegaan worden.

De kogge werd ontdekt bij de graafwerken aan het Deurganckdok in Doel in september 2000. Er zijn in de wereld slechts enkele exemplaren teruggevonden van dit type schip.

Het dossier van de kogge sleept al ruim tien jaar aan. Maar liefst vier ministers waren achtereenvolgens verantwoordelijk voor het dossier maar zonder veel vooruitgang. Velen begonnen te vrezen dat een beslissing over deze wereldvondst binnenkort niet meer nodig zal zijn omdat er niets meer van zou resten door de slechte bewaring.

Jos De Meyer: Ik ben meer dan blij dat na maar liefst twaalf parlementaire vragen, ruim tien jaar na de vondst, het onderzoek eindelijk opgestart is. Dit bewijst dat de aanhouder wint.

Het VIOE heeft ook een website rond het onderzoek naar de kogge opgezet: www.kogge.be