Minister Smet: “Nog zeker drie jaar continuïteit voor scholengemeenschappen”

Om de samenwerking tussen de scholen uit het basis- en kleuteronderwijs te stimuleren bestaat sinds 1 september 2003 de structuur van de scholengemeenschappen. De huidige samenwerkingsakkoorden daarvan lopen nog tot 31 augustus 2011. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg minister Pascal Smet welke veranderingen er in de nieuwe periode zullen worden doorgevoerd. Tijdens een overgangsperiode van drie jaar zal er echter niet veel veranderen. Er zijn nog maar 47 scholen in Vlaanderen die niet tot een scholengemeenschap behoren.

De minister ziet het dos­sier van de scholengemeenschappen niet geïsoleerd van andere geplande dos­siers zoals de hervorming van het secundair onderwijs en het geïntegreerd omkaderingssysteem. Ingrijpende vernieuwingen op deze terreinen, aldus Smet, vinden best gelijktijdig ingang. Zijn streefdatum is 1 sep­tember 2014.

Daarom acht hij het nuttig voor scholengemeenschappen in twee fasen te werken: een driejarige overgangsperiode vanaf 1 september 2011 (startdatum voor een nieuwe periode van samenstelling van scholengemeenschappen) en pas opnieuw zesjarige periodes vanaf 1 september 2014. De bijsturingen aan het concept van de scholengemeenschappen blijven voor de over­gangsperiode zeer beperkt: het accent zal liggen op continuïteit, benadrukt hij.

Peeters zoekt projecten tegen armoede op platteland

Minister-president Peeters wil de armoedeproblematiek op het platteland meer onder de aandacht brengen met horizontale projectinitiatieven op Vlaams niveau. Dat antwoordde hij op een parlementaire vraag van Jos De Meyer (CD&V) die naar aanleiding van de Dag van de Armoede opperde dat er niet alleen in de steden armoede is, maar dat ook op het platteland de problematiek steeds nijpender wordt.

Volgens Peeters is plattelandsarmoede een complexe problematiek met vele dimensies en dus vraagt het een benadering die tot uiting moet komen in alle beleidsdomeinen. “Binnen het Programmeringsdocument voor Plattelandsontwikkeling (PDPO) wordt met het oog op de leefbaarheid van het platteland, heel wat aandacht besteed aan specifieke kwetsbare groepen op het platteland zoals kansarmen, bejaarden, minder mobielen, jeugd”, zegt de minister-president.

As 3 van het PDPO voorziet de mogelijkheid om projecten in te dienen die deze groepen kunnen ondersteunen. Zowel welzijnsorganisaties, lokale besturen als verenigingen zonder winstoogmerk kunnen hiervoor subsidies aanvragen bij de Europese, Vlaamse en provinciale overheden. Met subsidies tot 65 procent van de projectkost kunnen zij projecten financieren die de kansarmen ten goede komen.

Naar aanleiding van het ‘Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting’ en in het kader van het Vlaams regeerakkoord, zal de ZORO-projectoproep verlengd worden. Tijdens de eerste projectperiode werden al 11 dorpsnetwerken voor zorg opgestart of uitgebreid. De inhoudelijke doelstellingen van die projecten moeten onder meer draaien om het professioneel ondersteunen van een dorpsnetwerk voor zorg, waarbij het accent moet gelegd worden op het bereiken en ondersteunen van mensen in armoede.

Daarnaast moeten ZORO-projecten ook werken aan de opbouw van sociaal kapitaal door vrijwilligers, verenigingen en lokale actoren te betrekken bij de werking van het dorpsnetwerk. Ze moeten ook garanderen dat alle relevante informatie de juiste doelgroepen bereikt en een antwoord bieden op de hulp- en zorgbehoeften van kwetsbaren of vervoersafhankelijken op het platteland.

Volgens Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer springt de armoedeproblematiek wellicht meer in het oog in de steden, maar is de problematiek ook op het platteland prangend. “Het platteland vraagt wel een specifieke aanpak, verschillend van die in de steden. Ik ben dan ook tevreden dat er stappen worden gezet om te komen tot een integrale aanpak die de verschillende beleidsdomeinen overschrijdt”, zegt De Meyer.

Probleem van plaatstekort op scholen breidt zich uit

In Asse, Grimbergen, Leuven en Mechelen doet zich volgens onderwijsminister Pascal Smet (sp.a) binnenkort een capaciteitsprobleem voor in de lokale scholen. Smet sommeert de vier nu om een ‘structurele taskforce’ op te richten om de toekomstige problemen aan te pakken. Na de grote steden dreigt nu ook in andere gemeenten gebrek aan klassen – Probleem van plaatstekort op scholen breidt zich uit.

Brussel l In Brussel wil minister-president Charles Picqué (PS) werk maken van het plan om leegstaande kantoorgebouwen in de hoofdstad om te vormen tot scholen. Smet heeft er oren naar en drong al aan op een ‘coördinatievergadering’.

Toen vorig schooljaar bleek dat er in Antwerpen, Brussel, Halle en Vilvoorde acute problemen waren om alle leerlingen een plek te geven en dat Gent dezelfde weg opging, besloot Pascal Smet om niet alleen de problemen op die plekken aan te pakken, maar schreef hij ook 24 andere gemeenten centrumsteden en gemeenten met een grote aangroei bij de kleuters aan om lokale gegevens naar hem door te spelen.

Op basis van onder meer gegevens over de evolutie van het leerlingenaantal, het aantal nul- tot tweejarigen, de huidige beschikbaarheid in scholen en het aantal weigeringen liet Smet vervolgens bepalen wie zich in de risicozone bevindt. In vier gemeenten, Asse, Grimbergen, Mechelen en Leuven, stelt zijn kabinet een probleem vast. Die gemeenten moeten nu een taskforce opstellen en op termijn met een masterplan komen.

De vier waren nog niet op de hoogte gebracht dat ze in de gevarenzone zitten, maar in Asse is hulp alvast welkom. “Ik denk niet dat er nu nog plekken vrij zijn in de eerste klasjes”, aldus schepen Micheline De Mol (CD&V-N-VA). “Her en der zijn er al drie eerste leerjaren, maar de ruimte heeft een limiet. We kunnen niet blijven uitbreiden. Er zijn middelen nodig en hopelijk krijgen we die.”

Ook Mechelen weet dat er vanaf 2012 een probleem aan zit te komen. “We zullen dan ook zeker ingaan op deze vraag”, aldus bevoegd schepen Caroline Gennez (sp.a). “Ik heb mijn diensten aangespoord om niet op de lauweren te rusten.

“Globaal bekeken zitten we nog vijf à tien jaar goed”, meent Leuvens onderwijsschepen Mohamed Ridouani (sp.a) dan weer, “maar in sommige wijken is er wel degelijk al een probleem.” Ridouani wil best een taskforce oprichten maar dan wel als hij op voorhand weet hoeveel geld daar tegenover staat. Grimbergen is als enige hoogst verbaasd over de conclusie van de minister. “Onze scholen laten weten dat er geen problemen zijn”, zo klinkt het daar.

Smet bracht gisteren in de commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement verder verslag uit over de aanpak van de capaciteitsproblemen die dit schooljaar al rezen. Uit werkbezoeken van CD&V-parlementslid Jos De Meyer aan de zes nieuwe scholen blijkt dat vooral de bijkomende plekken in bestaande scholen een succes zijn. In de nieuwe scholen blijft het aantal ingeschreven leerlingen veeleer beperkt. In een geval ligt de bouw zelfs stil en werden de leerlingen elders in een school ondergebracht, in een ander geval zijn er amper veertien leerlingen ingeschreven.

Toch is Vlaanderen niet onverstandig omgesprongen met de middelen. “We konden moeilijk inschatten hoeveel kinderen naar de nieuwe scholen zouden komen”, aldus Smet. “De scholen stonden er nog niet, ouders waren wantrouwig en misschien zijn er velen uitgeweken naar de rand. In ieder geval is het geen overbodige luxe om nu wat capaciteit op overschot te hebben want het probleem is nog niet opgelost.”

Brussels plaatstekort

Ondertussen wordt ook in de hoofdstad naar oplossingen gezocht. Brussels minister-president Charles Picqué (PS) lanceerde het idee voor de ‘reconversie’ van kantoren naar scholen, als mogelijke oplossing voor het plaatstekort in de Brusselse scholen, vorig jaar al. In zijn beleidsverklaring kondigde Picqué gisteren aan dat dat idee dit werkjaar verder uitgewerkt zou worden. Hij had het daarbij over financiële tussenkomsten van de Franse en Vlaamse Gemeenschap, beide bevoegd voor het Brusselse onderwijs.

Smet gaf aan dat hij daar met Brussel graag wil over overleggen. Hij drong naar eigen zeggen bij Picqué al aan op een ‘coördinatievergadering’ tussen het Brussels gewest, de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) en de Franse Gemeenschapscommissie (Cocof). “Bilateraaltjes hebben geen zin, we moeten samen rond de tafel gaan”, aldus Smet. “Ik wacht op een initiatief van het Brussels Gewest.”

Ondertussen startte Smet samen met de VGC wel al een groot project op in het centrum van Brussel voor extra plaatsen in het Nederlandstalig onderwijs, waarover later nog gecommuniceerd zal worden.

minister van Onderwijs pascal Smet: Het probleem is nog niet opgelost.

(De Morgen, Kim Herbots)

Cultuurhistorische meerwaarde van oude Vlaamse grazersrassen in natuurgebieden

De mogelijkheden om oude Vlaamse grazersrassen in te zetten in natuurgebieden dienen zo veel mogelijk benut te worden door de natuurbeheerders, dat stelt minister-president Peeters op een vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer. Recent kwam het Steunpunt Levend Erfgoed immers tot de vaststelling dat in natuurreservaten eerder voor exoten wordt gekozen dan voor inheemse rassen.

In natuurreservaten is begrazing een geschikte maatregel om de vooropgestelde natuurdoelen te bereiken. Bij het opstarten van een begrazingsproject zijn er velerlei factoren die bepalen welk type grazer, of welke combinatie van grazers worden ingezet. Daarbij kiest de natuurbeheerder voor een ras, of combinatie van rassen met zo min mogelijk kosten en energie (manuren en voeder) voor een zo goed mogelijk resultaat.

In een aantal gevallen voldoen inheemse rassen aan de vooropgestelde criteria en worden ze al met succes ingezet bij het natuurbeheer: Mergellandschapen en Vlaamse geit in de kustduinen, Kempisch roodbonte runderen lopen in park Vordenstein, Kempens heideschaap in Tenhaagdoornheide en in de Zwarte beekvallei en diverse streekeigen veerassen op andere terreinen.

De administratieve lasten die gepaard gaan met de maatregel genetische diversiteit zijn nochtans beperkt tot het minimum, aldus de minister. Zodra de begunstigde een overeenkomst heeft afgesloten, moet hij alleen nog jaarlijks een aanvraag tot uitbetaling indienen. Deze aanvragen worden door de erkende verenigingen (Steunpunt Levend Erfgoed voor de overeenkomsten schapen, Vlaamse Rundveeteelt Vereniging voor de overeenkomsten runderen) al vooraf ingevuld met alle gekende gegevens. De subsidie voor het houden van de zeldzame rassen van landbouwhuisdieren kan aangevraagd worden bij het beleidsdomein Landbouw en Visserij.

Jos De Meyer is het volmondig eens met de minister-president Peeters: de oude Vlaamse grazersrassen geven een cultuurhistorische meerwaarde aan de ontwikkeling van natuurgebieden. Natuurbeheerders zouden nog meer oog moeten hebben voor deze opportuniteit.

Meer info? www.sle.be

Meer overheidsgeld voor bouw katholieke schoolgebouwen

Brussel – Onderwijsminister Pascal Smet (sp.a) verhoogt de tussenkomst van de overheid in de bouw van katholieke scholen via het DBFM-project (Design, Build, Finance, Maintenance) met 11,5 procent. De stijging komt er op aandringen van CD&V-parlementslid Jos De Meyer nadat eerder deze maand was gebleken dat het vrije net de geplande scholen onmogelijk kon betalen. Via DBFM worden er de komende jaren een 200-tal scholen gebouwd. Scholen zullen dertig jaar lang moeten betalen voor hun gebouw en uit de berekeningen bleek dat dat bedrag varieerde van 73 procent tot 120 procent van de werkingsmiddelen. Het katholieke net laat weten verheugd te zijn met de verhoging van de tussenkomst van de overheid. De betrokken scholen zullen in de komende tijd een nieuwe berekening ontvangen. Eind november moeten ze dan laten weten of het project haalbaar is. (Bron: KH – De Morgen)

Aanleg van oostelijke tangent begint later

De werken voor de aanleg van de oostelijke tangent in Sint-Niklaas zullen ten vroegste begin 2012 worden aanbesteed. Dat is later dan gepland.
Vermoedelijk zal de effectieve aanleg van de oostelijke tangent, de verbinding tussen de N70 en de nieuwe E17-afrit Sint-Niklaas-Oost, midden 2012 volgen. In Sint-Niklaas wordt reikhalzend uitgekeken naar dit belangrijke project, dat niet alleen de stadsring moet vervolledigen maar ook het dagelijkse fileleed op de gewestweg N70 fors moet verminderen.

Fietskoker

Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V) informeerde bij Vlaams minister Hilde Crevits (CD&V) naar de stand van zaken van nog een aantal andere projecten. “De aanleg van de westelijke tangent is nu bezig. De ophoging aan de zuidkant van het spoor is afgewerkt. Nu is de aannemer bezig aan de noordzijde.

Aan de toekomstige rotonde aan de Tuinlaan wordt de eerste fietskoker gebouwd”, aldus De Meyer.

Verder wordt het ontwerp voor de heraanleg van het wegvak tussen de Singel en de N16 momenteel afgewerkt. Voor het wegvak tussen De Ster en de Kwakkelhoekstraat werd het onteigeningsbesluit goedgekeurd, maar moeten de onteigeningen zelf nog gebeuren.
(Bron: Het Laatste Nieuws, JVS)

Korte ketenverkoop in de land- en tuinbouw in de lift

Recent verscheen een studie van WWF over de ecologische voetafdruk en vorige week werd een symposium georganiseerd over korte keten in Vlaanderen, een organisatie van het departement landbouw in samenwerking met voedselteams vzw, VLAM, het innovatiesteunpunt en het Steunpunt Hoeveproducten.
Dit was voor Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer de aanleiding om Minister-President Kris Peeters te ondervragen in de Commissie.

De Minister-President maakte van deze gelegenheid gebruik om mede te delen dat hij een aantal concrete beleidsvoorstellen wil uitwerken die – na overleg en in samenspraak met de betrokken stakeholders – moeten uitmonden in een “Strategisch Plan voor de lokale productie en lokale vermarkting in Vlaanderen”.

De Afdeling Duurzame ontwikkeling van het Departement Landbouw en Visserij heeft de opdracht gekregen om dit Strategisch Plan in samenspraak met de sector en met alle betrokkenen uit te werken tegen begin volgend jaar.

Volgende elementen zouden wat betreft Minister-President Peeters minstens in dit Strategisch Plan moeten worden opgenomen:

1/ het organiseren van een permanent structureel overleg met iedereen die betrokken is bij de ‘korte keten’ problematiek.

2/ verder onderzoek naar de rendabiliteit van hoeveproductie
Het starten met hoeveproductie of andere korte keten initiatieven, mag van de kant van de land- of tuinbouwer geen negatieve keuze zijn. Zoals voor elke professionele landbouwactiviteit geldt ook hier dat professioneel handelen een must is. Aan hoeveproductie doen, is niet zomaar iets wat je er bij neemt, dat moet een weloverwogen beslissing zijn. Vooral de extra arbeid die nodig is, wordt nogal eens onderschat.
In navolging van rapport van het Departement landbouw en visserij ‘Economische rendabiliteit van hoeveproductie: een verkenning op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk’ zullen bijkomende onderzoeksopdrachten worden opgestart om de rendabiliteit van korte keten initiatieven in kaart te brengen.
Ook binnen het ILVO zal de ‘korte keten’ versterkte aandacht krijgen binnen de onderzoeksprioriteiten.

3/ de naschoolse vorming van land- en tuinbouw inzetten om specifieke opleidingen te organiseren inzake korte keten aanpak.

De Vlaamse overheid zet jaarlijks een bedrag in van 4,5 miljoen euro voor de naschoolse vorming in land- en tuinbouw. Met deze middelen kunnen erkende centra vorming en opleiding organiseren voor landbouwers die willen meestappen in het ‘korte keten’ verhaal

4/ het uitwerken van een structurele financiële ondersteuning van het steunpunt hoeveproducten en steunpunt streekproducten vanaf 2012.
De financiële ondersteuning voor 2011 is alvast gegarandeerd.

5/ versterken van de promotie i.v.m. korte keten initiatieven
Binnen de schoot van VLAM en VILT (Vlaams Informatiecentrum voor Land- en tuinbouw) kan bekeken worden welke bijkomende initiatieven kunnen genomen worden. Ik denk aan de inzet van het magazine ‘Melk en Honing’, dat nu reeds in een oplage van 45.000 exemplaren ter beschikking wordt gesteld van de hoeveproducenten.

6/ bekijken welke nieuwe maatregelen kunnen ontwikkeld worden in het kader van een nieuw PDPO III.
Wat mij betreft zouden bijvoorbeeld de mogelijkheden van innovatiecheques kunnen onderzocht worden, waarbij initiatiefnemers een beperkte hoeveelheid middelen zouden kunnen bekomen om op bedrijfsniveau een nieuw korte keten project op te zetten.

Minister-President Peeters bevestigde naar aanleiding van de vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer i.v.m. het VLIF dat het verhoogd steunpercentage voor al wat met hoeveproducenten en thuisverwerking te maken heeft behouden blijft.

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer besluit: “Beleidssteun aan gespecialiseerde bedrijven die produceren voor de wereldmarkt is belangrijk. Maar ook de verbreding moeten we steunen. De korte ketenverkoop heeft hierin zijn plaats.”

Kwaliteitsdecreet onderwijs: herexamen voor 21 scholen sinds 2000

In de periode 2000 tot 2008 kregen vier basisscholen en vijftien secundaire scholen een negatief advies van de onderwijsinspectie na doorlichting of opvolgingscontroles . Dat vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer van minister van onderwijs Smet. Tot nu toe werd de zwaarste sanctie, intrekking van de erkenning, nog niet door de Vlaamse Regering toegepast. Wel werden in de betrokken scholen verbeteracties op poten gezet.

Op het einde van het schooljaar 2009-2010 kregen twee basisscholen een negatief advies na een opvolging. In 2007-2008 waren dit er twee. Samen dus vier scholen: 2 na een doorlichting en 2 na een opvolgingscontrole. In 2 gevallen heeft het paritair college na onderzoek alsnog een positief advies gegeven.

Voor de 15de school stelde de minister een paritair college aan, maar dat heeft zijn werkzaamheden niet uitgevoerd omdat de school had opgehouden te bestaan.

Beide scholen die einde schooljaar 2009-2010 na de opvolging een negatief advies kregen, dienden een verbeterplan in dat door de Vlaamse Regering moet worden goedgekeurd. Hierdoor krijgt de school dan een tijdelijke erkenning. De procedure is momenteel lopende.

De Vlaamse Regering heeft in de tweede doorlichtingsronde in geen enkel geval een intrekking van de erkenning toegepast. Eén secundaire school die een negatief advies kreeg , hield ondertussen op te bestaan; twaalf andere scholen dienden een verbeteringsplan in en voor twee scholen loopt de procedure nog.

De procedure van het nieuwe kwaliteitsdecreet maakt het mogelijk om in geval van een negatief advies een tijdelijke erkenning aan te vragen maar impliceert wel dat de school werkt aan verbeteracties.

Geen toekomst voor Doel als kunstenaarsdorp

Bij de aanleg van het Saeftingedok dreigt met Doel ook historisch erfgoed te verdwijnen. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg aan minister voor onroerend erfgoed Bourgeois, wat er dan met de beschermde historische gebouwen van het dorp zal gebeuren.

Bij uitvoering van het GRUP[1], zullen de beschermde monumenten van Doel verdwijnen. De windmolen komt dan in het toekomstige dok te liggen, het Hooghuis en het beschermde orgel in de kerk in havengebied.[2]

De strijd om het behoud van deze monumenten, leidde tot de piste om Doel om te bouwen tot een kunstenaarsdorp. Deze mogelijkheid werd besproken tijdens een parlementaire hoorzitting die door Doel2020 werd afgedwongen op basis van een verzoekschrift met maar liefst 15.000 handtekeningen.

Of Doel behouden kan worden als een site met beperkte niet-verblijfsfunctie, wordt onderzocht in het plan-MER. Pas eens het MER afgerond, zou de Vlaamse Regering een definitieve beslissing nemen over de dorpskern.

Bourgeois stelt echter dat het behoud van de historische Doelse dorpskern sowieso geen haalbare optie is in geval realisatie van het Saeftingedok. Op dat moment vervalt de facto de piste om Doel uit te bouwen tot een kunstenaarsdorp.

De minister engageert zich echter om in dat geval de beschermde monumenten in de Doelse dorpskern (de windmolen op de dijk, het kerkorgel en het Hooghuis) te vrijwaren. Deze moeten dan worden verplaatst, liefst naar een locatie zo dicht mogelijk in de buurt. De kosten die dit met zich meebrengt, zouden ten laste van de projectontwikkelaar (de Haven) vallen.

Jos De Meyer heeft steeds aangedrongen op het behoud van het historische erfgoed in Doel. Hij is dan ook tevreden dat de minister zich hiertoe ondubbelzinnig engageert. Indien verplaatsing effectief de enige resterende optie zou blijken, ziet De Meyer mogelijkheden in het nabije Prosperpolder. Zo blijven de monumenten in hun eigen streek en natuurlijke context.

ILVO gaat eigen gebouwen beheren

De afstemming en prioriteiten bij het uitvoeren van onderhoudswerken en nieuwe investeringsprojecten aan het gebouwenpatrimonium van ILVO verliep moeilijk. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer is, na verschillende tussenkomsten hierover, tevreden van minister-president Peeters te horen dat in het kader van de opmaak van de begroting 2011 een oplossing werd gevonden. Op structurele basis wordt er vanaf volgend jaar 3,15 miljoen euro overgedragen uit de budgetten van het Agentschap Facilitair Management. Daarmee staat ILVO in de toekomst zelf in voor het beheer en de verdere uitbouw van zijn gebouwen.

Het feit dat ILVO nu volledig zelf kan beschikken over een bedrag voor onderhoud en investeringen, aldus Peeters, moet het mogelijk maken om meer dan in het verleden het geval was de juiste prioriteiten te leggen en de verschillende werkzaamheden beter op elkaar te laten aansluiten. Eén van die prioriteiten is de vernieuwing van de dakbedekking, de isolatie van de buitenmuur en het opfrissen van het gebouw op de site Agrotechniek.

Een bezoek met de commissie landbouw- en plattelandsbeleid aan dit gebouw was voor Jos De Meyer de aanleiding om de problematiek aan te kaarten bij minister Bourgeois die bevoegd is voor het gebouwenbeheer van de Vlaamse Overheid en minister voor landbouw Peeters, de voogdijminister van ILVO.

In 2011 zal ook nog een nieuwe proeffabriek worden afgewerkt en een nieuwe zeugenstal (in samenwerking met UGent) en melkveestal worden gebouwd. Daarnaast zal ook de historische bodemverontreinging op de Eenheid Plant in de Caritasstraat te Melle worden aangepakt.