Meer overheidsgeld voor bouw katholieke schoolgebouwen

Brussel – Onderwijsminister Pascal Smet (sp.a) verhoogt de tussenkomst van de overheid in de bouw van katholieke scholen via het DBFM-project (Design, Build, Finance, Maintenance) met 11,5 procent. De stijging komt er op aandringen van CD&V-parlementslid Jos De Meyer nadat eerder deze maand was gebleken dat het vrije net de geplande scholen onmogelijk kon betalen. Via DBFM worden er de komende jaren een 200-tal scholen gebouwd. Scholen zullen dertig jaar lang moeten betalen voor hun gebouw en uit de berekeningen bleek dat dat bedrag varieerde van 73 procent tot 120 procent van de werkingsmiddelen. Het katholieke net laat weten verheugd te zijn met de verhoging van de tussenkomst van de overheid. De betrokken scholen zullen in de komende tijd een nieuwe berekening ontvangen. Eind november moeten ze dan laten weten of het project haalbaar is. (Bron: KH – De Morgen)

Aanleg van oostelijke tangent begint later

De werken voor de aanleg van de oostelijke tangent in Sint-Niklaas zullen ten vroegste begin 2012 worden aanbesteed. Dat is later dan gepland.
Vermoedelijk zal de effectieve aanleg van de oostelijke tangent, de verbinding tussen de N70 en de nieuwe E17-afrit Sint-Niklaas-Oost, midden 2012 volgen. In Sint-Niklaas wordt reikhalzend uitgekeken naar dit belangrijke project, dat niet alleen de stadsring moet vervolledigen maar ook het dagelijkse fileleed op de gewestweg N70 fors moet verminderen.

Fietskoker

Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V) informeerde bij Vlaams minister Hilde Crevits (CD&V) naar de stand van zaken van nog een aantal andere projecten. “De aanleg van de westelijke tangent is nu bezig. De ophoging aan de zuidkant van het spoor is afgewerkt. Nu is de aannemer bezig aan de noordzijde.

Aan de toekomstige rotonde aan de Tuinlaan wordt de eerste fietskoker gebouwd”, aldus De Meyer.

Verder wordt het ontwerp voor de heraanleg van het wegvak tussen de Singel en de N16 momenteel afgewerkt. Voor het wegvak tussen De Ster en de Kwakkelhoekstraat werd het onteigeningsbesluit goedgekeurd, maar moeten de onteigeningen zelf nog gebeuren.
(Bron: Het Laatste Nieuws, JVS)

Korte ketenverkoop in de land- en tuinbouw in de lift

Recent verscheen een studie van WWF over de ecologische voetafdruk en vorige week werd een symposium georganiseerd over korte keten in Vlaanderen, een organisatie van het departement landbouw in samenwerking met voedselteams vzw, VLAM, het innovatiesteunpunt en het Steunpunt Hoeveproducten.
Dit was voor Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer de aanleiding om Minister-President Kris Peeters te ondervragen in de Commissie.

De Minister-President maakte van deze gelegenheid gebruik om mede te delen dat hij een aantal concrete beleidsvoorstellen wil uitwerken die – na overleg en in samenspraak met de betrokken stakeholders – moeten uitmonden in een “Strategisch Plan voor de lokale productie en lokale vermarkting in Vlaanderen”.

De Afdeling Duurzame ontwikkeling van het Departement Landbouw en Visserij heeft de opdracht gekregen om dit Strategisch Plan in samenspraak met de sector en met alle betrokkenen uit te werken tegen begin volgend jaar.

Volgende elementen zouden wat betreft Minister-President Peeters minstens in dit Strategisch Plan moeten worden opgenomen:

1/ het organiseren van een permanent structureel overleg met iedereen die betrokken is bij de ‘korte keten’ problematiek.

2/ verder onderzoek naar de rendabiliteit van hoeveproductie
Het starten met hoeveproductie of andere korte keten initiatieven, mag van de kant van de land- of tuinbouwer geen negatieve keuze zijn. Zoals voor elke professionele landbouwactiviteit geldt ook hier dat professioneel handelen een must is. Aan hoeveproductie doen, is niet zomaar iets wat je er bij neemt, dat moet een weloverwogen beslissing zijn. Vooral de extra arbeid die nodig is, wordt nogal eens onderschat.
In navolging van rapport van het Departement landbouw en visserij ‘Economische rendabiliteit van hoeveproductie: een verkenning op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk’ zullen bijkomende onderzoeksopdrachten worden opgestart om de rendabiliteit van korte keten initiatieven in kaart te brengen.
Ook binnen het ILVO zal de ‘korte keten’ versterkte aandacht krijgen binnen de onderzoeksprioriteiten.

3/ de naschoolse vorming van land- en tuinbouw inzetten om specifieke opleidingen te organiseren inzake korte keten aanpak.

De Vlaamse overheid zet jaarlijks een bedrag in van 4,5 miljoen euro voor de naschoolse vorming in land- en tuinbouw. Met deze middelen kunnen erkende centra vorming en opleiding organiseren voor landbouwers die willen meestappen in het ‘korte keten’ verhaal

4/ het uitwerken van een structurele financiële ondersteuning van het steunpunt hoeveproducten en steunpunt streekproducten vanaf 2012.
De financiële ondersteuning voor 2011 is alvast gegarandeerd.

5/ versterken van de promotie i.v.m. korte keten initiatieven
Binnen de schoot van VLAM en VILT (Vlaams Informatiecentrum voor Land- en tuinbouw) kan bekeken worden welke bijkomende initiatieven kunnen genomen worden. Ik denk aan de inzet van het magazine ‘Melk en Honing’, dat nu reeds in een oplage van 45.000 exemplaren ter beschikking wordt gesteld van de hoeveproducenten.

6/ bekijken welke nieuwe maatregelen kunnen ontwikkeld worden in het kader van een nieuw PDPO III.
Wat mij betreft zouden bijvoorbeeld de mogelijkheden van innovatiecheques kunnen onderzocht worden, waarbij initiatiefnemers een beperkte hoeveelheid middelen zouden kunnen bekomen om op bedrijfsniveau een nieuw korte keten project op te zetten.

Minister-President Peeters bevestigde naar aanleiding van de vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer i.v.m. het VLIF dat het verhoogd steunpercentage voor al wat met hoeveproducenten en thuisverwerking te maken heeft behouden blijft.

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer besluit: “Beleidssteun aan gespecialiseerde bedrijven die produceren voor de wereldmarkt is belangrijk. Maar ook de verbreding moeten we steunen. De korte ketenverkoop heeft hierin zijn plaats.”

Kwaliteitsdecreet onderwijs: herexamen voor 21 scholen sinds 2000

In de periode 2000 tot 2008 kregen vier basisscholen en vijftien secundaire scholen een negatief advies van de onderwijsinspectie na doorlichting of opvolgingscontroles . Dat vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer van minister van onderwijs Smet. Tot nu toe werd de zwaarste sanctie, intrekking van de erkenning, nog niet door de Vlaamse Regering toegepast. Wel werden in de betrokken scholen verbeteracties op poten gezet.

Op het einde van het schooljaar 2009-2010 kregen twee basisscholen een negatief advies na een opvolging. In 2007-2008 waren dit er twee. Samen dus vier scholen: 2 na een doorlichting en 2 na een opvolgingscontrole. In 2 gevallen heeft het paritair college na onderzoek alsnog een positief advies gegeven.

Voor de 15de school stelde de minister een paritair college aan, maar dat heeft zijn werkzaamheden niet uitgevoerd omdat de school had opgehouden te bestaan.

Beide scholen die einde schooljaar 2009-2010 na de opvolging een negatief advies kregen, dienden een verbeterplan in dat door de Vlaamse Regering moet worden goedgekeurd. Hierdoor krijgt de school dan een tijdelijke erkenning. De procedure is momenteel lopende.

De Vlaamse Regering heeft in de tweede doorlichtingsronde in geen enkel geval een intrekking van de erkenning toegepast. Eén secundaire school die een negatief advies kreeg , hield ondertussen op te bestaan; twaalf andere scholen dienden een verbeteringsplan in en voor twee scholen loopt de procedure nog.

De procedure van het nieuwe kwaliteitsdecreet maakt het mogelijk om in geval van een negatief advies een tijdelijke erkenning aan te vragen maar impliceert wel dat de school werkt aan verbeteracties.

Geen toekomst voor Doel als kunstenaarsdorp

Bij de aanleg van het Saeftingedok dreigt met Doel ook historisch erfgoed te verdwijnen. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg aan minister voor onroerend erfgoed Bourgeois, wat er dan met de beschermde historische gebouwen van het dorp zal gebeuren.

Bij uitvoering van het GRUP[1], zullen de beschermde monumenten van Doel verdwijnen. De windmolen komt dan in het toekomstige dok te liggen, het Hooghuis en het beschermde orgel in de kerk in havengebied.[2]

De strijd om het behoud van deze monumenten, leidde tot de piste om Doel om te bouwen tot een kunstenaarsdorp. Deze mogelijkheid werd besproken tijdens een parlementaire hoorzitting die door Doel2020 werd afgedwongen op basis van een verzoekschrift met maar liefst 15.000 handtekeningen.

Of Doel behouden kan worden als een site met beperkte niet-verblijfsfunctie, wordt onderzocht in het plan-MER. Pas eens het MER afgerond, zou de Vlaamse Regering een definitieve beslissing nemen over de dorpskern.

Bourgeois stelt echter dat het behoud van de historische Doelse dorpskern sowieso geen haalbare optie is in geval realisatie van het Saeftingedok. Op dat moment vervalt de facto de piste om Doel uit te bouwen tot een kunstenaarsdorp.

De minister engageert zich echter om in dat geval de beschermde monumenten in de Doelse dorpskern (de windmolen op de dijk, het kerkorgel en het Hooghuis) te vrijwaren. Deze moeten dan worden verplaatst, liefst naar een locatie zo dicht mogelijk in de buurt. De kosten die dit met zich meebrengt, zouden ten laste van de projectontwikkelaar (de Haven) vallen.

Jos De Meyer heeft steeds aangedrongen op het behoud van het historische erfgoed in Doel. Hij is dan ook tevreden dat de minister zich hiertoe ondubbelzinnig engageert. Indien verplaatsing effectief de enige resterende optie zou blijken, ziet De Meyer mogelijkheden in het nabije Prosperpolder. Zo blijven de monumenten in hun eigen streek en natuurlijke context.

ILVO gaat eigen gebouwen beheren

De afstemming en prioriteiten bij het uitvoeren van onderhoudswerken en nieuwe investeringsprojecten aan het gebouwenpatrimonium van ILVO verliep moeilijk. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer is, na verschillende tussenkomsten hierover, tevreden van minister-president Peeters te horen dat in het kader van de opmaak van de begroting 2011 een oplossing werd gevonden. Op structurele basis wordt er vanaf volgend jaar 3,15 miljoen euro overgedragen uit de budgetten van het Agentschap Facilitair Management. Daarmee staat ILVO in de toekomst zelf in voor het beheer en de verdere uitbouw van zijn gebouwen.

Het feit dat ILVO nu volledig zelf kan beschikken over een bedrag voor onderhoud en investeringen, aldus Peeters, moet het mogelijk maken om meer dan in het verleden het geval was de juiste prioriteiten te leggen en de verschillende werkzaamheden beter op elkaar te laten aansluiten. Eén van die prioriteiten is de vernieuwing van de dakbedekking, de isolatie van de buitenmuur en het opfrissen van het gebouw op de site Agrotechniek.

Een bezoek met de commissie landbouw- en plattelandsbeleid aan dit gebouw was voor Jos De Meyer de aanleiding om de problematiek aan te kaarten bij minister Bourgeois die bevoegd is voor het gebouwenbeheer van de Vlaamse Overheid en minister voor landbouw Peeters, de voogdijminister van ILVO.

In 2011 zal ook nog een nieuwe proeffabriek worden afgewerkt en een nieuwe zeugenstal (in samenwerking met UGent) en melkveestal worden gebouwd. Daarnaast zal ook de historische bodemverontreinging op de Eenheid Plant in de Caritasstraat te Melle worden aangepakt.